De datering van het Thomas-evangelie,
een controverse

Het Thomas-evangelie is een tekst uit de begintijd van het christendom. Die tekst was verloren gegaan maar is weer teruggevonden.
In 1945 ontdekten boeren in de buurt van het plaatsje Nag Hammadi, in Egypte, een kruik met oude teksten. Samen met nog een vijftigtal andere teksten, bevond zich in die kruik ook een koptische versie van het Thomas-evangelie.
De verzameling teksten uit die kruik noemt men sedertdien naar de vindplaats de Nag Hammadi geschriften.
Men neemt aan dat die kruik met oude teksten indertijd door christelijke monniken begraven werd. Ze deden dat om die teksten te verstoppen, als reactie op een brief van bisschop Athanasius van Alexandrië.
In 376 schreef Athanasius zijn beroemde paasbrief. Daarin somde hij op welke christelijke teksten door God waren geïnspireerd. “Alleen in deze boeken wordt de leer der goddelijkheid verkondigd,” schreef hij. De toen door Athanasius geautoriseerd teksten vormen ook nu nog de canon van het Nieuwe Testament. Alle andere christelijke teksten waren geschreven door ‘misleiders,’ beweerde hij.
Kennelijk hebben de monniken van een klooster bij Nag Hammadi de door Athanasius verboden teksten in een kruik gestopt en begraven, om die zo te bewaren voor betere tijden.  Maar het heeft dus nog tot 1945 geduurd tot de teksten weer werdem opgegraven.

Sedert deze herontdekking van het Thomas evangelie is er een felle strijd ontbrand om de datering ervan.
Die datering is van groot belang. Want daarvan hangt de betekenis af van deze tekst voor de wordingsgeschiedenis van het christendom.
De rol die in Thomas aan Jezus wordt toegekend is namelijk heel anders dan die van de nieuwtestamentische evangeliën. In Thomas wordt niet gesproken over de kruisdood van Jezus. Die speelt daarin dus ook geen enkele rol.
En dat verschil is van wezenlijk, omdat de kruisdood van Jezus in het traditionele kerkelijke christendom wel een belangrijke rol speelt, zoniet de hoofdrol. Jezus was toch ter verzoening van onze zonden aan het kruis gestorven? Niets daarvan treft men aan in het Thomas evangelie.

Werd Thomas geschreven lang na de teksten uit het Nieuwe Testament, als een soort vervalsing? Of is het omgekeerd, en dateert Thomas van vóór de teksten in het Nieuwe Testament? Bevat Thomas misschien zelfs het oorspronkelijke christendom en is het Nieuwe Testament een latere verbastering daarvan? Dat is de arena waarbinnen zich de strijd om de datering van het Thomas evangelie afspeelt.

Het zal duidelijk zijn dat de late datering van Thomas vooral wordt aangehangen in de meer traditionele kerkelijke kringen. Men spreekt dan regelmatig met verontwaardiging over de wijze waarop Thomas de teksten uit het Nieuwe Testament verminkt.
Maar die overtuiging verliest in toenemende mate aanhang.

Aan de andere kant van deze discussie wordt beweerd dat Thomas een onafhankelijke traditie uit de begintijd van het christendom vertegenwoordigt, geheel los van de Nieuwtestamentische evangeliën.

Het Evangelie Thomas zou een verzameling uitspraken van Jezus vormen, vergelijkbaar met Q.
Wat is Q?
Voorafgaand aan de nieuwtestamentische evangeliën, zou er een verzameling losse uitspraken van Jezus hebben gecirculeerd onder zijn volgelingen. Die veronderstelde verzameling uitspraken van Jezus noemt men Q, van het Duitse woord Quelle. Matteüs en Lucas baseerden hun evangeliën op Q. Dat is overigens slechts een veronderstelling, een hypothese, omdat die verzameling losse uitspraken zelf nooit als zodanig is teruggevonden. Maar de veronderstelling dat Q als oerbron diende voor Matteüs en Lucas wordt wel door nagenoeg alle onderzoekers van het vroege christendom gedeeld. En er zijn al heel wat pogingen gedaan om die verzameling te reconstrueren.
De oerbron Q bestond uit losse uitspraken, de zogenaamde woorden van Jezus, nog niet vervat in het levensverhaal over Jezus.
Nu blijkt Thomas precies de vorm te hebben van de veronderstelde Q. Want ook Thomas bestaat uit losse uitspreken van Jesus, en is ook niet in een verhaal gevat.
Toen Thomas weer gevonden en opnieuw gepubliceerd was, zagen velen daarin dan ook een bevestiging van de hypothese over Q. Thomas vertoont, als verzameling losse uitspraken, dezelfde vorm als Q, en zou zelfs uit dezelfde tijd stammen, dus van vóór de evangeliën in het Nieuwe Tetament.
Maar Thomas is anderzijds niet gelijk aan Q. Ongeveer 30 procent van de uitspraken van Jezus in Thomas staan ook in de veronderstelde Q. Maar wat is dan de relatie tussen Thomas en Q?

Voorzover men veronderstelt dat Thomas als verzameling uitspraken dateert van vóór de Nieuwtestamentische evangeliën, ziet men gewoonlijk in Thomas een onafhankelijke traditie. Thomas zou oorspronkelijk samengesteld zijn in de Thomas-gemeente in Edessa, geheel onafhankelijk van Q. En de veronderstelde Q is samengesteld onafhankelijk van Thomas. Thomas en Q zouden dan twee regionaal gescheiden tradities van Jezus-volgelingen vertegenwoordigen, elk met hun eigen herinneringen aan de leer van Jezus, samengevat in een verzameling kenmerkende uitspraken.

Maar ook als men dit aanneemt, dat Thomas, evenals Q, ontstaan zou zijn vóór de Nieuwtestamentische evangeliën, dan rest nog de vraag: is de tekst die teruggevonden werd in Nag Hammadi gelijk aan de oorspronkelijke verzameling zoals die in Edessa zou zijn ontstaan?
De teruggevonden tekst van Thomas dateert uit de vierde eeuw en het is beslist niet zeker dat we hiermee de complete en ongewijzigde oer-Thomas in handen zouden hebben. De oer-Thomas is hoogstwaarschijnlijk in het Aramees opgesteld, daarna vertaald in het Grieks en de teruggevonden Thomas is weer een vertaling van de Griekse versie in het Koptisch. In dat traject heeft Thomas zo goed als zeker redactionele wijzigingen ondergaan, al dan niet opzettelijk, laatstelijk nog onder gnostische christenen in Alexandrië. Maar wat zijn die wijzigingen? Daarover is moeilijk zekerheid te verkrijgen.
Hetzelfde probleem geldt overigens ook voor Q en het Nieuwe Testament, want de oudste handschriften van de Nieuwtestamentische evangeliën dateren ook uit de vierde eeuw, dezelfde eeuw van het teruggevonden koptische evangelie van Thomas.

We moeten het dus doen met de handschriften uit de vierde eeuw die ons zijn overgeleverd, zowel wat betreft Thomas als het Nieuwe Testament.

Maar, al zouden er in Thomas later teksten zijn toegevoegd, gewijzigd of zelfs verwijderd, dan nog is onmiskenbaar duidelijk dat hier een geheel andere visie op de betekenis van Jezus tevoorschijn komt. Ook al zijn misschien niet alle uitspraken in Thomas van Jezus zelf, toch vertonen deze teksten als geheel een opmerkelijk samenhang.
En die samenhang bleek nog groter dan ik aanvankelijk al had verwacht.
De heersende opvatting is dat de volgorde van de uitspraken van Jezus in het Thomas evangelie volstrekt willekeurig is. Maar tot mijn grote verrassing ontdekte ik bij de bestudering van het Thomas evangelie dat de volgorde van de teksten een zorgvuldige didactische opbouw vertoont. Het Thomas evangelie is niet alleen maar een verzameling losse  uitspraken. Het is een handboek voor spirituele groei. Dat heb ik in mijn toelichting vooral duidelijk willen maken.

Maar welke is nu de enige, ware Jezus? Die van het Nieuwe Testament of die van Thomas? Is met de vondst van het Thomas evangelie de echte Jezus opgestaan?
Daar is geen eenduidig antwoord op mogelijk. Maar minstens is duidelijk dat er in de begintijd van het christendom een visie was op de leer van Jezus die wezenlijk anders is dan die door de traditionele kerken is ovegeleverd.

––––––––
De toelichting van Bram Moerland bij het Thomas evangelis is ook uitgegeven in boekvorm:
Bram Moerland
Het evangelie van Thomas
De gegevens zie je hier.

Dit is een pagina van de website www.thomasevangelie.info